Stap voor stap model inweken

Een voorwaarde om met kwaliteitsgips de beste resultaten te behalen is dat het gips volgens de aangegeven methode wordt verwerkt. Deze methode volgt hieronder in een stappenplan.

Stap 1 – Voorbereiding

Voordat een nieuwe hoeveelheid gips wordt aangemaakt, moet eerst worden gecontroleerd of de te gebruiken  menguitrusting schoon en droog is. Restanten oud gips op spatels en mengbekers beïnvloeden op een negatieve manier de uithardingstijd en de expansie van het nieuw aan te maken gips. De beste manier is om het gips onder vacuüm te mengen met de zorgvuldig afgemeten  mengverhouding water/gips. Op het gevoel aanmengen zal leiden tot aanzienlijke afwijkingen in de fysische eigenschappen van het gips. De duur en intensiteit van het mengen moeten de specificaties van de fabrikant aangehouden worden.

Stap 2 – Mengen met water

Altijd eerst het gedestilleerd water in de mengbeker gieten, waarin daarna het Gips wordt gestrooid. Dental gips en gedestilleerd water op kamertemperatuur mengen.Bij erg hard leidingwater kan de uithardingstijd verschillen van de aangegeven tijd.

Bij het gebruik van trimwater of gipsverharders kan kwaliteitsvermindering niet uitgesloten worden.

Stap 3 – Het instrooien van gips

Strooi het gips gelijkmatig binnen 10 seconden in het water. Volgens de EN ISO 6873 begint de tijdsmeting wanneer het poeder en het water elkaar raken. Geef het poeder ongeveer 20 seconden de tijd om te weken, verzadigingsfase, voordat het gemengd word met de spatel. Handmatig mengen van afdrukgipsen

(type 1) met de spatel gedurende 30 seconden en bij modelgipsen
(type 2), model hardgipsen
(type 3) en super hardgipsen
(type 4) 60 seconden met de spatel mengen.

Stap 4 – Mengen

Het mengen in een vacuümmixer heeft een zeer positief effect op het gips. Hierdoor krijgt men de juiste fysische eigenschappen. Snelafbindende gipsen kunnen alleen maar handmatig gemengd worden. Er mag tijdens het verwerkingsproces nooit méér water of poeder toegevoegd worden. Men verandert hiermee het verwerkings-, uithardingsproces en beschadigt er de  kristalstructuur van het gips mee.

Stap 5 – Verwerkingstijd & Uitgieten

Het gips moet binnen de verwerkingstijd in de vorm gegoten worden. Meng nooit meer dan dat u nodig heeft voor het aantal uit te gieten afdrukken, omdat de vorm gevuld moet zijn voor de verwerkingstijd is verstreken. Gedurende het kristaliseringsproces, dat aan het einde van de verwerkingstijd begint, moet het model met rust gelaten worden. Als u het gips niet met rust laat, wordt het chemisch proces beïnvloed en worden de fysische eigenschappen aangetast. Binnen de verwerkingstijd kan men het model nog  vibreren. De afdruk vullen op een trilmachine heeft een positief effect tegen het vormen van luchtbellen, drukweerstand en uitvloeiing. Het trillen mag nooit na de verwerkingstijd doorgaan.

Stap 6 – Modelleertijd

Als het gips zijn glans verliest, kan men het gips modelleren. De verdere uithardingstijden variëren verder per gipssoort. Normaal is een afbindtijd van ongeveer 10-12 minuten voor hardgips (type 3), met een tolerantie van ca. 1,5 minuut. Veel hardgipsen hebben over het algemeen een langere afbindtijd. Uithardingstijden overeenkomstig aan de individuele wensen van de klant, zijn mogelijk. Het gips mag in geen geval worden bewerkt tijdens het uithardingsproces (na de glans).

Stap 7 – Afbindtijd & Uithardingstijd

Afbindtijd betekent “einde van de verstijving van het gips”. Nadat de afbindtijd is bereikt begint het gips warm te worden en uit te harden. Afbindtijd is niet hetzelfde als uithardingstijd, dus als de afbindtijd is bereikt het model nog niet uit de afdruk halen.

Zie de verwerkingsbladen voor de uiteindelijke uithardingstijd. Beslist deze tijd aanhouden!


Stap 8 – Ontvorming

30 minuten na het uitgieten kan een model uit de vorm verwijderd worden. Door de minimale vormstabiliteit, zouden alginaat- en hydrocolloïdafdrukken voor het uitgieten met gips eerst gedesinfecteerd en geneutraliseerd moeten worden. Deze afdrukken moeten na 30 minuten verwijderd worden van het gipsmodel, omdat deze materialen agressief inwerken op het gips. Met siliconen afdrukmaterialen is het juist een voordeel om het een uur later te ontvormen.


Stap 9 – Expansie

Alle gipsen zetten uit aan het einde van de uitharding. De mate van expansie hangt af van de samenstelling van het gips, de omgevingstemperatuur en de luchtvochtigheid. Het vergelijken van de mate van expansie tussen  verschillende gipsen is alleen mogelijk als er absoluut dezelfde condities en tijdsgegevens aangehouden worden. Onze expansiespecificaties zijn bepaald en daarom in overeenstemming met EN ISO 6873. Wanneer u vergelijkingen maakt, kijk dan voor verwijzing naar de DIN norm en concrete tijdsgegevens. DIN bepaalt dat de  expansie van het gips in procenten na 2 uur moet worden bepaald en dat de drukweerstand in MPa/N/mm2 na 1 uur moet worden bepaald. Als een model wordt bewaard op kamertemperatuur bij een lage luchtvochtigheid zal de expansie met 30% verminderen. Het doorweken van het model zoals soms nodig is, zal de expansie weer iets doen toenemen, zelfs bij uitgehard gips. De expansiewaarden van ons dental gips liggen beneden de expansiewaarden die toegestaan zijn bij de DIN voorschriften (zie tabel pag. 13). De praktijk wijst echter uit, dat een zekere expansie nodig is om de krimp te compenseren van andere materialen.


Stap 10 – Oppervlakte problemen

Oppervlakteproblemen tussen het gips en alginaat en in het bijzonder hydrocolloïd afdrukmateriaal kunnen voorkomen worden door het voorbehandelen van de afdruk. Bij alginaatafdrukken verhindert men met het neutraliseren (met algidur liquid) het uitkristaliseren van de niet uitgeharde oppervlakten van het model. Hydrocolloïd afdrukken zouden in een kaliumsulfaat- of  kaliumcarbonaatoplossing geneutraliseerd moeten worden. Bij afdrukmassa´s op polyetherbasis houdt dan rekening met de gebruiksvoorschriften van de fabrikant. Verwijder speeksel- en bloedresten zorgvuldig, deze beïnvloeden namelijk ook deuithardingseigenschappen en de expansie van het gips.


Stap 11 – Inweken van het model

Gipsmodellen mogen nooit blootgesteld worden aan een thermische schrikbehandeling. Als bijvoorbeeld een model afgespat moet worden, zal doorweken met lauwwarm water (5-8 minuten) het risico van schilfering of barsten  verminderen. Schoonspuiten met het dampstraalapparaat kan de oppervlaktelaag verwijderen en de contouren vervagen. Het beste kan een model met een zachte borstel en een zeepoplossing gereinigd worden. Bij oudere modellen kan men het schilferen of afbrokkelen bij het zagen of prepareren voorkomen door het model kort in het water te leggen. Om oppervlakte-erosie te voorkomen, kunt u het water verrijken met calciumsulfaat.

Webwinkel