Begrippenlijst gips

De eisen die men aan tandtechnisch gips stelt, lopen sterk uiteen. Zo moet afdrukgips voor een gipsslot snel afbinden en eenmaal verhard, een scherp breukvlak geven zonder in kleine stukjes te verbrokkelen. Gips, klasse II en III, voor protheses, inbedden en andere toepassingen mag daarentegen niet scheuren of breken en moet gemakkelijk uit te bedden zijn. Kroon-, brug-, en framewerk, vereist gips dat sterk, hard, slijt-, buigvast is, en uiteraard een grote dimensionele stabiliteit bezit.

Hieronder worden de belangrijkste eigenschappen van gips weergegeven:

Mengverhouding

De door de fabrikant voorgeschreven verhouding poeder/ water om een homogeen mengsel aan te maken. De water/poeder verhouding heeft invloed op de fysische waarden.

Hardheid en sterkte van het model

Als men teveel water gebruikt dan zullen de gevormde dihydraat kristallen verder uit elkaar komen te liggen dan gebruikelijk is. Het gevolg hiervan is dat het gips minder sterk is en als het (overtollige) water verdampt is ook nog poreus, slechte kwaliteit. Ook bij teveel water, zal niet al het hemihydraat kunnen reageren en ontstaan er zwakke plekken in het model. Bij te weinig water is de gips niet te verwerken.

De expansie

Indien men teveel water gebruikt dan is de afbindexpansie groter.

De afbindtijd

De afbindtijd wordt groter indien men teveel water gebruikt. Dit komt doordat de dihydraat kristallen verder uit elkaar liggen en daardoor moeilijk aan elkaar.

Mengtijd

Het hemihydraat poeder moet kort verzadigd worden. In dit verzadigingsproces nemen de poederdeeltjes water op waardoor ze beter worden opgenomen in het mengproces. Na deze korte verzadigingsfase is krachtig (vacuüm) mengen noodzakelijk. Als men tekort mengt dan blijven er poederdeeltjes over die niet goed met water verzadigd zijn, hierdoor zit er onverzadigd poeder in het model wat zwakke plekken veroorzaakt! Als men te lang mengt maakt men de kristallen die met elkaar vergroeid zijn weer kapot, hierdoor wordt het model minder sterk.

Verwerkingstijd

De verwerkingstijd begint als poeder en water bij elkaar komen en eindigt als het gips gaat indikken.

Modelleertijd

Als het gips zijn glans verliest, kan men het gips modelleren.

Afbindtijd

Is de tijd tussen vanaf het aanmengen tot aan de ontvorming van het model.

Buigvastheid

Hierbij wordt gemeten bij welke ‘buiging’ uitgehard gips breekt. Elk gips moet een vastgestelde minimale buigvastheid hebben. Ook hier geldt weer de juiste poeder:water verhouding.

Hardheid

De hardheid van uitgehard gips, uitgedrukt in Newton per vierkante millimeter. Dit wordt gemeten door middel van kegeldruk/kogeldruk.

Expansie

Het uitzetten (expanderen) van gips. Tijdens het verhardingsproces loopt de expansie op (zet uit) daarna loopt de expansie weer terug (krimpt) tot de uiteindelijke expansiewaarde. Aan het einde van de verhardingstijd begint het gips te expanderen. Teveel opname van water door het gipsmodel resulteert in een grotere expansie, dus geen juist eindproduct.

Viscositeit

De vloeibaarheid van het gips. De weerstand tegen het wegvloeien.De viscositeit geeft aan hoe dik of dun een vloeistof is. De viscositeit wordt aangegeven in centipoise (cps.). Een dunne vloeistof heeft een lage viscositeit (bijvoorbeeld water, 1 cps.). Een dikke, stroperige vloeistof heeft een hoge viscositeit. De temperatuur is van invloed op de viscositeit. Lage temperaturen verhogen de viscositeit, hoge temperaturen verlagen de viscositeit.In de vloeibare toestand bewegen de ketens als geheel ten opzichte van elkaar. De vele verstrengelingen moeten echter telkens weer opnieuw uit elkaar worden getrokken; daarom is de viscositeit van vloeibare polymeren zeer hoog. Ter vergelijking met andere stoffen geeft de tabel een aantal waarden voor de viscositeit, uitgedrukt in Pa s (=N s/m2 = 10 poise) bij 20°C tenzij anders aangegeven.

Water 0,001
Alcohol 0,0012
Vloeibare metalen 0,001 - 0,002
Olijfolie 0,08
Machineolie 0,1 - 0,5
Polymeren 100 - 10.000
(bij verwerkingstemperatuur)
Webwinkel